Het transport
Op 28 januari 1943 werden Nathan en Else opgeroepen voor transport, niet wetend dat zij op dezelfde trein zouden worden gezet. Te voet werden zij naar het station gebracht. Daar zag Else haar zoon. Op wonderbaarlijke wijze wist zij zijn aandacht te trekken. Nog wonderbaarlijker was dat Nathan zich bij de vrouwengroep kon voegen: met een zakdoek om zijn hoofd gebonden leek hij een vrouw, waardoor moeder en zoon samen in dezelfde coupé van de stoomtrein richting het oosten terechtkwamen.
Nathan zat bij de deur en wist deze uit het slot te duwen. Een Nederlandse spoorwegwachter, later geïdentificeerd als de heer Jooren, zag dit gebeuren. Hij knikte, rommelde aan het slot terwijl een Duitse bewaker niet oplette, en liet de deur openstaan.
Toen de trein eenmaal reed, viel het Nathan op dat de trein bij elk station vaart minderde en bij het optrekken grote hoeveelheden stoom produceerde. Hij herinnerde zich zijn belofte: “Wij gaan niet naar Duitsland.” Dit was het moment.
Nathan sprong. Zijn moeder aarzelde, maar hij greep haar hand en trok haar met zich mee.
Op 28 januari 1943 maakten zij hier, op deze plek, letterlijk de sprong naar de vrijheid.